Een goede pensioenregeling begint bij een grondige inventarisatie. Hierbij bieden wij de werkgever de zekerheid dat de pensioenregeling nu en op langere termijn past. De werkgever wenst een beheersbare kostenpost met maximale zorg voor de werknemers. De werknemers willen gewoon een goed pensioen.
Een (collectieve) pensioenregeling hoort bij een modern arbeidsvoorwaardenpakket. Het is zelfs een zeer belangrijke arbeidsvoorwaarde voor werknemers en kan een rol spelen bij keuze van werkgever.
De drie pensioenpijlers
In Nederland is pensioen gebaseerd op drie pijlers. De eerste pijler is de uitkering die de overheid verstrekt, de Algemene Ouderdomswet (AOW). Als tweede pijler is er de aanvulling hierop vanuit de werkgever, het aanvullend pensioen. De derde pijler is een individuele aanvulling via bijvoorbeeld vrijwillig bijsparen in de pensioenregeling, lijfrente, banksparen, levensloop of overig privévermogen.
Zekerheid voor werknemers
Pensioen is bedoeld als inkomensvoorziening gedurende de periode dat de werknemer niet meer hoeft of kan werken. Die periode breekt aan als de pensioengerechtigde leeftijd wordt bereikt of bij het arbeidsongeschikt worden. Pensioen is ook bedoeld om de nabestaanden van de werknemer, bij overlijden, verzorgd achter te laten. Met een pensioenregeling hebben werknemer(s) de zekerheid dat zij, naast het “basispensioen” van de overheid (de AOW-uitkering), een aanvullend inkomen ontvangen.
Kies de juiste regeling voor het bedrijf en werknemers
De centrale vraag bij de keuze van een pensioenvoorziening is welke regeling geschikt is voor uw bedrijf. En welke regeling voor een goede balans zorgt tussen de kosten en de hoogte van het pensioen voor de werknemers. De werkgever dient aan te geven wat hij belangrijk vindt en is ons aanspreekpunt (lees klant). Binnen dit raamwerk van de verschillende belangen begeleiden wij werkgevers een passende pensioenregeling vorm te geven.
De Pensioenwet
De Pensioenwet is ingegaan in 2007. Deze wet zorgt voor meer transparantie, zekerheid en betere voorlichting.
Achtergrondinformatie over de Pensioenwet
De Pensioenwet is de ‘opvolger’ van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW).
Modernisering en duidelijkheid
De ‘oude’ Pensioen en Spaarfondsenwet (PSW) is vanaf de inwerkingtreding in 1952 herhaaldelijk gewijzigd om aansluiting te houden met de veranderingen in de samenleving. De PSW was hier niet overzichtelijker op geworden. Ook het taalgebruik in de PSW was sterk verouderd.
Vastlegging verantwoordelijkheden
De Pensioenwet legt heel goed de eigen verantwoordelijkheden van de verschillende partijen vast (Leidraad tweedepijler pensioenadvies). Hierdoor gesteund kunnen adviseurs en pensioenuitvoerders aan werkgevers en werknemers betere en tijdige informatie geven. Een goed geïnformeerde werknemer kan dan rond zijn pensioenverzekering betere keuzes maken. De Pensioenwet is dan ook méér dan welkom!
Ingangsdatum Pensioenwet
De Pensioenwet is in werking getreden op 1 januari 2007. Althans, een aantal van de bepalingen uit de Pensioenwet. Want lang niet alle bepalingen waren direct vanaf 1 januari 2007 van kracht. De wet is gefaseerd in werking getreden zodat pensioenuitvoerders zich op een aantal nieuwe bepalingen kunnen voorbereiden. Deze bepalingen zijn gaan gelden vanaf 2008 of zelfs pas vanaf 2009. Daarnaast wordt in 2011 nog een bepaling van kracht.
Naast deze verandering die al zijn doorgevoerd in 2007, gaat ook de komende jaren nog het nodige veranderen.
Veranderingen Pensioenwet per 2007
- Directeur Groot Aandeelhouders (DGA’s) die reeds een pensioentoezegging hebben moeten een keuze maken omtrent de pensioenregeling:
- de Pensioenwet is namelijk niet van toepassing op de DGA;
- Afkoop pensioen binnen een jaar en klein pensioen op pensioendatum vervallen;
- Klein pensioen bij ontslag en klein partnerpensioen na scheiding of bij overlijden afkoopbaar;
- Afsluiten van een C-polis is niet meer mogelijk;
- Uitsluitsel door werkgever over aanbod aan nieuwe deelnemers is verplicht.
Veranderingen Pensioenwet per 2008
- Verstrekken Uniform Pensioenoverzicht voor deelnemers door pensioenuitvoerders verplicht;
- Verzekeraars hebben een zorgplicht bij nieuwe pensioenregelingen beleggingsrisico’s te beperken;
- Veranderingen in aanmaantraject en informatieplicht bij betalingsachterstand;
- Maximale toetredingsleeftijd is 21 jaar;
- Wachttijd van het ouderdomspensioen bedraagt maximaal 2 maanden;
- Meeverzekerde stijgingen vallen onder begrip ‘toeslagen’;
- Gelijke behandeling voor ongehuwd samenwonenden;
- Ruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen is mogelijk.
Veranderingen Pensioenwet per 2009
- Verstrekken startbrief voor deelnemers door verzekeraars verplicht;
- Opstellen pensioenovereenkomst door werkgevers verplicht;
- Karakterbeschrijving van pensioenregeling (voor rechtstreeks verzekerde regelingen) verplicht;
- Opstellen uitvoeringsovereenkomst door verzekeraars verplicht;
- Opstellen pensioenreglement door verzekeraars verplicht;
- Verzekeraars hebben een zorgplicht bij bestaande pensioenregelingen beleggingsrisico’s te beperken.
Veranderingen per 2011
In 2011 wordt nog een laatste bepaling van de Pensioenwet van kracht. Dan moet het Landelijk Pensioenregister beschikbaar zijn.
De regering vindt het belangrijk dat pensioenovereenkomsten afspraken bevatten over een vorm van toeslagverlening (indexering). Als hiervan sprake is, moet het voor de werknemer duidelijk zijn welke voorwaarden bij de toeslagverlening gelden.





